panikeren

Gepubliceerd op 16 november 2020 om 20:47

De Vlamingen hebben een mooi woord voor de angst die je zomaar kan overvallen: “panikeren”. In dat woord zit een actie, een handeling. De paniek voel je lichamelijk, als messteken door je hart en de hand om je keel. De paniek overvalt je niet, je zet zelf de paniekknop aan. Lekker dan, ben jijzelf de schuld van je eigen paniek… Jammer, maar als je “schuld” vervangt door “aanstichter” dan is het al wat minder beladen. Vervelend puntje is dat je als aanstichter ook verantwoordelijk bent. Je bent “dader” en “slachtoffer” tegelijk. Daar zit hem de moeilijkheid van panikeren: je doet het jezelf aan, zomaar, zonder reden en je lijdt er zelf onder. Er is niemand die bij je is, niemand die je helpt. “Je moet niet zo “panikeren””, zeggen ze dan. Of meer professioneel: je kunt je angst overwinnen, bijvoorbeeld door cognitieve gedragstherapie. Of meer populair: “overwin je angst in 3 stappen”.

We leven in een tijd die angstaanjagend over kan komen: een ongrijpbaar virus, terreuraanslagen, complotten. Angst kan nuttig zijn; een kwestie van inspelen op oorzaak en gevolg. Maar bij panikeren schiet je in een kramp.

Nog beklemmender wordt het als angst en verdriet elkaar ontmoeten. Verdriet voor verlies. Als een kind in het donker, bang en verlaten. Eenzaam en bodemloos. Dan helpen woorden niet meer. Kruip dan maar op schoot. In hoeverre staat de huidige tijd nog lichamelijkheid toe?


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.